Home Clubinfo Geschiedenis

Geschiedenis

[tdc_zone type=”tdc_content”][vc_row tdc_css=”eyJhbGwiOnsiYmFja2dyb3VuZC1jb2xvciI6IiNmZmZmZmYiLCJkaXNwbGF5IjoiIn19″ full_width=”stretch_row_1400 td-stretch-content” row_shadow_shadow_offset_vertical=”0″][vc_column tdc_css=”eyJhbGwiOnsiYmFja2dyb3VuZC1jb2xvciI6IiNmZmZmZmYiLCJkaXNwbGF5IjoiIn19″][tdb_title fl_color=”#007ec3″ title_color=”eyJ0eXBlIjoiZ3JhZGllbnQiLCJjb2xvcjEiOiIjMDA3ZWMzIiwiY29sb3IyIjoiIzAwN2VjMyIsIm1peGVkQ29sb3JzIjpbXSwiZGVncmVlIjoiLTkwIiwiY3NzIjoiYmFja2dyb3VuZC1jb2xvcjogIzAwN2VjMzsiLCJjc3NQYXJhbXMiOiIwZGVnLCMwMDdlYzMsIzAwN2VjMyJ9″ add_text_pos=”after” content_align_horizontal=”content-horiz-center” add_text=” KRC Genk”][td_block_text_with_title block_template_id=”td_block_template_8″ tdc_css=”eyJhbGwiOnsiZGlzcGxheSI6IiJ9fQ==”]

1 augustus 1988. De dag dat onze grootste hobby, ons tweede leven, onze vlucht uit de dagelijkse rompslomp geboren werd. THOR Waterschei en KSV Winterslag besloten dat het mooi geweest was, en de fusie tussen de twee Genkse deelgemeenten leidde tot Koninklijke Racing Club Genk.

De inmiddels overleden trainer Ernst Künnecke (eerder trainer van o.m. Patro Eisden, Waterschei en Winterslag) kreeg de eer om als eerste trainer van KRC Genk door het leven te gaan. Helaas, het eerste seizoen kunnen we vrij kort samenvatten: een ramp. Met slechts twee overwinningen bleef het degradatiespook aan de Noordlaan kamperen. Een schamele 15 punten zorgde ervoor dat KRC Genk in zijn eerste seizoen niet meteen een overtuigende indruk naliet, en samen met het toenmalige RWDM werd tweede klasse in het seizoen 1989-1990 met een bezoekje vereerd.

Ernst Künnecke was in de loop van het dramatische seizoen al de (Noord)laan uitgestuurd, en René Desaeyere kwam over van SK Beveren om de blauwwitte trots terug naar eerste klasse te loodsen. Wel, hij bracht in ieder geval zichzelf al naar eerste klasse, door reeds na enkele maanden naar Germinal Ekeren te verkassen. De flamboyante Enver Alisic kreeg de touwtjes in handen, en leidde KRC Genk naar een vierde plek, op zes punten van kampioen RWDM. Samen met FC Boom, Zwarte Leeuw en Lommel mocht KRC Genk strijden voor een promotieticket. Op 31 mei 1990 stond de beslissende wedstrijd Zwarte Leeuw – KRC Genk op het menu. Het eerste Genkse koningskoppel Carmel Busuttil – Frane Bucan maakte samen met rechtsbuiten Alain Hermans brandhout van de Zwarte Leeuwen, en met een klinkende 2-7 overwinning was de promotie een feit.

Men wou uiteraard geen tweede keer een mal figuur slaan in eerste klasse, dus werd er op zoek gegaan naar versterking. Paul Theunis nam het roer over van Enver Alisic, van Charleroi kwamen Norbert Beuls en “held van Mexico ’86” Leo Van Der Elst over, en Arisvaldo Pereira moest in de aanval voor doelpunten zorgen. Het werd een vrij rustig seizoen, dat KRC Genk afsloot op een 14e plek. Dé wedstrijd van dat seizoen was uiteraard de derby op de voorlaatste speeldag. In een rond het veld zeer woelige wedstrijd scoorde Anges N’Gapy de enige treffer van de wedstrijd, en zond daarmee onze zuiderburen definitief naar tweede klasse. Tot spijt van Jef “Krijg De” Cleeren die het benijdt. 19 mei 1991 … KRC Genk bestond goed drie jaren, en onze eerste vijand was al gemaakt.

Paul Theunis was de eerste trainer die een volledig seizoen volmaakte, en dus meteen ook de eerste trainer die aan een tweede ambtstermijn mocht beginnen. Onder andere Patrick Goots en de Slovaak Peter Fieber kwamen de troepen versterken. KRC Genk nam met een 5 op 6 een goede start, maar zakte daarna snel terug. Na elf wedstrijden werd de samenwerking tussen KRC Genk en Paul Theunis (voorlopig) stopgezet, en Pier Janssen kwam over van Lokeren om het als speler/trainer te proberen. Er werd slechts nog één hoogtepunt bereikt in de resterende wedstrijden, maar wat voor één! Het kleine broertje KRC Genk ging met 0-2 winnen op het fiere Anderlecht. Die overwinning kon echter niet voorkomen dat KRC Genk pas op de voorlaatste speeldag zekerheid had over het behoud. Met Patrick Goots als speerpunt werd SK Beveren met 0-3 afgedroogd, en een nederlaag van KV Kortrijk zorgde voor een extase in het goedgevulde bezoekersvak. Na Sint-Truiden konden nu ook de straten van Beveren kennismaken met feestvierende Genkies … dit keer iets vrediger dan de vorige keer.

KRC Genk nam dat seizoen ook afscheid van een monument. Een clubicoon zoals er nog maar weinigen gemaakt worden. Pierre Denier, met nummer 7, speelde sinds 1974 bij FC Winterslag. Hij maakte degradaties, promoties en de fusie mee, tot hij er in 1992 mee ophield. Tot op de dag van vandaag is hij verbonden gebleven met de club. Meteen na zijn spelerscarrière ging hij aan de slag als assistent-trainer. Pierre, vanwege alle supporters: bedankt!

1992-1993 werd voor KRC Genk een vrij kleurloos seizoen. Luc Beyens kwam over van Club Brugge, en bij Club Luik werd Gert Claessens weggeplukt. Maar de transfer van het seizoen was die van de inmiddels overleden Suad Katana. De Bosnische nummer 2 bleek de revelatie van het seizoen te worden. Met zijn technische kwaliteiten zocht hij telkens naar de voetballende oplossing. Het seizoen werd uiteindelijk afgesloten op een 15e plaats, net boven Lommel dat in eerste klasse kon blijven door een 4-2 overwinning tegen KRC Genk op de laatste speeldag. Eén vijand in eigen provincie was blijkbaar voldoende!

Er werd in het tussenseizoen aan kwaliteit ingeboet, met de uitgaande transfers van Jacky Mathijssen (Lommel), Leo Van Der Elst (Eendracht Aalst) en Peter Fieber (SV Meppen). En dat betaalde zich cash. Met slechts vier overwinningen maakte Genk en omgeving zich weer op voor een jaartje tweede klasse. Alsof de sportieve malaise nog niet genoeg was om onder een steen te kruipen, nam ook de trainerscarrousel een vrij belachelijke proportie aan. Pier Janssen hield het tien wedstrijden uit, waarna de bij Anderlecht ontslagen Luka Peruzovic werd gehaald. Geen drie maanden hield hij het uit, en Pierre Denier en Norbert Beuls vervolledigden het seizoen op de trainersbank. Ook zij konden niet beletten dat KRC Genk een ticket naar tweede klasse kreeg.

Buiten eerste klasse nam KRC Genk nog afscheid van een dierbaar bezit: na het nummer 7 van Pierre Denier nam ook het nummer 8 van clubicoon Carmel Busuttil afscheid van KRC Genk en zijn supporters. Hij trok opnieuw naar zijn geboorteland Malta om aan de slag te gaan bij Sliema Wanderers. Hij speelde op dat moment al bij KRC Genk sinds het ontstaan van de club, en scoorde 45 doelpunten in 166 wedstrijden. Carrrrrrrmel Busuttil, bedankt!

KRC Genk maakte zich op voor tweede klasse, en men was vastberaden om er niet lang te blijven. Met Enver Alisic werd een oude bekende teruggehaald, en hij nam enkele spelers met zich mee. Branko Strupar, Besnik Hasi en Jacky Peeters bleken succesvolle transfers te zijn. Ook Domenico Olivieri kwam na een omzwerming bij Seraing terug naar zijn heimat. Maar er waren ook minder succesvolle transfers, zonder echt namen te noemen. Wel, ééntje dan … Leo Maric. Maar in feite kan met een stoute uitspraak gezegd worden dat hier de basis werd gelegd voor de latere successen. Met 28 doelpunten in 30 wedstrijden bleek Branko Strupar een ontzettende goalgetter. Dat bleek echter niet genoeg, en KRC Genk kwam, net zoals Beerschot trouwens, één punt tekort om kampioen Waregem voorbij te steken. Ook in de eindronde kon KRC Genk zich niet verzekeren van promotie. Het was, toch een verrassing, Harelbeke die naar eerste klasse mocht.

Door dat extra jaartje tweede klasse liet KRC Genk zich absoluut niet uit zijn lood slaan, en ging op zoek naar nog meer versterking. Philippe Clement kwam over van rivaal Beerschot, en Fabian Komljenovic was een vierde Kroatische transfer van trainer Enver Alisic. Ondanks goede prestaties moest die laatste reeds na elf wedstrijden plaats maken voor Aimé Antheunis, die overkwam van Waregem. Als tweedeklasser maakte KRC Genk naam en faam in de beker. De loting bracht KRC Genk naar het fiere Anderlecht, samen met duizenden Genkies. Het onmogelijke gebeurde, KRC Genk kon de wedstrijd naar verlengingen brengen! Daarin bleek het echter te zwak, en ging alsnog met 3-0 de boot in. Na een zeer spannende titelstrijd met KRC Genk en Lokeren in de hoofdrol, maakte voetbalminnend België zich op 13 april 1996 op voor een kraker van jewelste. Een volgepakt Daknam met duizenden Genkies in de uitpuilende bezoekersvakken zagen Lokeren de eindwinnaar worden. 3-1 werd het, met Remco Torken in een hoofd(d)rol. Niet getreurd, er kwam echter goed nieuws uit Luik. Door de fusie tussen Standard en Seraing kwam er in eerste klasse nog een plaatsje vrij, dat weggelegd was voor de vice-kampioen uit tweede klasse. Met name KRC Genk. Na twee jaren in tweede klasse werd er besloten dat het nu wel genoeg was, en het blauwe legioen maakte zich weer op voor eerste klasse. De opmars werd ingezet!

Er was heel wat activiteit op de transfermarkt. Geboren en getogen Genkenaar Ronny Gaspercic verliet de club en ging bij Harelbeke aan de andere kant van het land aan de slag. Stijn Haeldermans, Bart Goor, Daniël Kimoni, Chrzysztof Bukalski, Istvan Brockhauser en Souleymane Oulare kwamen de kern versterken. Als degradatiekandidaat nummer 1 verraste KRC Genk met fris en aanvallend voetbal. Op de tweede speeldag viel er al meteen een merkwaardig resultaat te noteren. Het grote Standard kwam op bezoek. Na iets meer dan een uur zette Wilfried Delbroek de thuisploeg op voorsprong, maar een dikke tien minuten voor tijd maakte de onvermijdelijke Michael Goossens weer gelijk. Toen besloot Besnik Hasi dat het mooi geweest was. Hij ontbond zijn duivels en schotelde supersub Bart Goor vijf minuten voor tijd de 2-1 voor, alvorens één minuut voor tijd zelf de 3-1 binnen te leggen. Het Thyl Gyselinckstadion ontplofte in dat seizoen voor een eerste keer. Een tweede ontploffing kwam in de lente van 1997. Letterlijk, zal Geert De Vlieger gedacht hebben, terwijl hij alle mogelijke vuurwerkprojectielen probeerde te ontwijken. Een zwalpend Anderlecht kwam op bezoek, maar vlak na rust scoorde Bruno Versavel tweemaal. Op het uur maakte Daniël Kimoni na een corner zijn enige doelpunt van het seizoen, en tien minuten later bracht Strupar vanop de stip KRC Genk weer langszij. Iedereen maakte zich op voor een gelijkspel, tot Johan Walem onder de ogen van Bart Goor begon te knoeien. Hij ging huppelend, zoals alleen Bart Goor dat kan, richting Geert De Vlieger en schoof in blessuretijd de 3-2 binnen! Onder andere door deze overwinning behaalde KRC Genk zijn beste resultaat ooit, en met een achtste plek werd Intertoto-voetbal behaald.

Men kon alleen dromen dat volgend seizoen nóg beter kon. Maar, het kon! Stijn Haeldermans (Standard) en Bart Goor (Anderlecht) zochten dan wel andere oorden op, bij VfL Bochum werd spelmaker Thordur Gudjonsson weggeplukt en de onverzettelijke Chris Van Geem kwam over van Waregem. Na een zwak seizoen behaalde Souleymane Oulare een niveau om U tegen te zeggen, en samen met Branko Strupar was het koningskoppel een ware geseling voor menig verdediging. In de competitie stond geen maat op Club Brugge, en zij werden de terechte kampioen. Maar niet zonder eerst afgedroogd (letterlijk en figuurlijk) te worden door dé revelatie van het seizoen: KRC Genk! Club Brugge voelde al nattigheid bij aanvang van de wedstrijd. En terecht. De hemel liet zich die vrijdag 6 maart 1998 volledig gaan, en KRC Genk en Club Brugge – maar toch vooral KRC Genk – zorgden voor een schitterend waterspektakel. Na 17 minuten had Branko Strupar er al twee in het mandje gelegd, en Chris Van Geem maakte net voor rust de vernedering compleet. 3-0, en de landskampioen stond weer even met de voetjes op de grond.

Maar niet alleen in de competitie gooide KRC Genk hoge ogen. In een waanzinnige slotfase van de halve finale van de Beker van België kreeg Tomasz Radzinski een niet te missen kans. Maar gelukkig deed hij dat wel, en het blauwe legioen maakte zich op voor een trip naar de Heizel! Daarin trof het weer landskampioen Club Brugge. KRC Genk kende een moeilijk einde van de competitie, met o.m. nederlagen tegen Lierse, Standard en Moeskroen. Club Brugge werd dan ook door zowat alle experts naar voren geschoven als dé bekerwinnaar. KRC Genk zat namelijk al op zijn tandvlees. Maar dat was niet zonder KRC Genk zelf gerekend. 4-0 werd het. Jawel, vier-nul! De eerste tastbare prijs was binnen, precies tien jaren na het ontstaan van de club.

Hoog tijd om ons te tonen in Europa, dachten de mannen van Aimé Antheunis. In de allerlaatste Beker der Bekerwinnaars van de geschiedenis dan nog wel. En of we ons toonden. Apolonia Fier werd nog gemakkelijk en zoals verwacht aan de kant gezet. De volgende klant was al iets moeilijker: het Duitse MSV Duisburg. In Duitsland kon KRC Genk dankzij een stevige kopbal van Juha Reini nog een deftige uitgangspositie bemachtigen, en werd het 1-1. In het Koning Boudewijnstadion werden echter alle registers opengetrokken. Een ongelofelijke en kippenvelbezorgende wedstrijd zorgde voor een schok door heel Europa. Of toch tenminste half Europa. Met de gouden driehoek Strupar, Gudjonsson en vooral Oulare als smaakmakers werden de Duitsers met zware 5-0 cijfers terug de grens overgezet. In de volgende ronde mochten we het opnemen tegen Mallorca. Dani Garcia zette in het Koning Boudewijnstadion de Spanjaarden op voorsprong, net voordat Koning Oulare de 1-1 binnenkopte. In een spannende terugwedstrijd bleef het 0-0, waardoor KRC Genk ongeslagen het tornooi moest verlaten ten voordele van latere finalist Mallorca.

Alsof dat nog niet mooi genoeg was, ging het in de competitie op wieletjes. En niet zomaar wieletjes. Na twee overwinningen tegen onze Limburgse vrienden Lommel en STVV (bedankt, en no hard feelings I hope!) maakte KRC Genk zich op voor het kampioensfeest. Maar Anderlecht deed waar het goed in was, en kwam het feest verstoren. Daardoor moest KRC Genk nog één week wachten, alvorens de supporters het mooiste moment van hun leven mochten beleven. Na een spannende wedstrijd won KRC Genk met 1-2 op Harelbeke, en de titel was een feit! 16 mei 1999, precies één jaar nadat de beker werd gewonnen, mocht de titel van landskampioen op het palmares toegevoegd worden.

“Hoe kan iemand zo stom zijn om hier weg te gaan?” waren de woorden van Aimé Antheunis op het kampioensfeest, en weg was hij. Hij trok naar de hoofdstad om Anderlecht te leiden, en zadelde ons op met Jos Heyligen. U weet wel, degene die KRC Genk wou leren voetballen. Hoe dat afliep, zullen we kort en bondig samenvatten: slecht. Een dramatische voorronde in de Champions League zorgde voor een zwarte bladzijde uit de geschiedenis. Maribor bleek te sterk. Nooit gedacht om zo een zin te typen, om eerlijk te zijn … Ook in de competitie draaide het niet zoals het moest, en ondanks een tweede plaats moest Jos Heyligen na een 1-2 verlies tegen Charleroi het nieuwe Fenixstadion verlaten. Dat verlies werd door de Genkse fans echter beter verteerd dan de eerder dat seizoen naar Derby County vertrokken Branko Strupar. De flamboyante Johan Boskamp nam het roer van Jos Heyligen over, maar kon niet beletten dat KRC Genk wegzakte naar een achtste plaats.

Wat hij echter wél kon doen, was KRC Genk naar een tweede bekerfinale loodsen. Standard was te zwak. Besnik Hasi zette een mooi orgelpunt achter zijn Genkse carrière (hij ging “papa” Aimé achterna naar Anderlecht), en krulde met een heerlijke vrije trap de 4-1 cijfers op het bord.

In het tussenseizoen ging KRC Genk op zoek naar versterking. Bij GBA werden Jan Moons en Wesley Sonck weggehaald, en ook Thomas Chatelle en Didier Zokora kwamen de Genkse rangen versterken. Nog iemand die dat poogde te doen was David Paas, die overkwam van Harelbeke. Het werd echter een dramatisch seizoen, dat op een povere elfde plaats afgesloten werd. Johan Boskamp was er door privéproblemen niet volledig met zijn gedachten bij, en werd in december opgevolgd door Pierre Denier. Het enige positieve aan het seizoen 2000-2001 was (buiten het feit dat het volgend seizoen alleen maar beter kon) het bekerparcours. KRC Genk bereikte de halve finales, waarin tweedeklasser Lommel zijn opwachting maakte. Maar het zat echt niet mee, en Lommel behaalde de finale.

Het bestuur van KRC Genk ging naarstig op zoek naar een nieuwe trainer, en vond die vlak over de grens. Bij Roda JC werd de sympathieke en gezellige man Sef Vergoossen weggeplukt, en hij was de ideale man om KRC Genk terug op de rails te krijgen. Bij GBA werd dit keer weer een spits weggehaald, met name Moumouni Dagano, en samen met spitsbroeder Sonck scoorden zij onder hun twee maar liefst vijftig doelpunten. Met een middenveld Daerden – Skoko – Thijs – Beslija gooide KRC Genk hoge ogen in de competitie. Op de voorlaatste speeldag verzekerde KRC Genk zich van de titel, nadat concurrent Club Brugge op het veld van STVV verloor (wederom bedankt, en nog steeds geen hard feelings I hope!).

2002-2003 werd een vreemd seizoen. In Europa behaalde KRC Genk zowaar de groepsfase van de Champions League, na een onwaarschijnlijke Hitchcock-thriller tegen Sparta Praag. Daarin stond KRC Genk in mooi gezelschap tussen AEK Athene, AS Roma en Real Madrid. Alleen AEK Athene stond een beetje verdwaasd tussen die andere drie grootmachten, anders was dit echt wel een groep des doods geweest. Helaas duurde dit avontuur maar één ronde, toch krijgt menig KRC-supporter kippenvel bij het weergalmen van de Champions League-hymne door ons eigen Fenixstadion.

In de competitie verliep het minder vlot, en eindigde KRC Genk op een magere zesde plaats. Met als enige uitschieter een 9-0 overwinning op KV Mechelen. Ook in de beker werd een mal figuur geslaan, en homeboy Domenico Olivieri schoot zijn ploeg La Louvière vanop de stip een ronde verder.

2003-2004 was het derde seizoen voor Sef Vergoossen aan het hoofd van KRC Genk, maar de ambities konden ook nu niet waargemaakt worden. Hij moest voortijdig de club verlaten, en Pierre Denier en Ronny Vangeneugden namen tijdelijk het roer over.

Voor het volgende seizoen werd René Vandereycken aangesteld als trainer. Uit Nederland bracht hij Orlando Engelaar mee. Met het label van defensieve trainer trok hij met KRC Genk doorheen België, en eindigde na een sterk competitieslot op een gedeelde derde plek, samen met Standard. Testwedstrijden moesten beslissen wie van de twee rivalen Europa mocht intrekken. In de heenwedstrijd zette Nenad Stojanovic enig mooi Kevin Vandenbergh alleen voor Runje, maar door immense druk en een ingebeelde strafschop won Standard nog met 3-1. Maar toen kwam de terugwedstrijd. De Genkies droomden, maar waren realistisch. Een schitterende zet van het Genkse bestuur (zij stuurden The Magical Flying Thunderbirds met een Franstalig nummer de wei in) zorgde ervoor dat het hele stadion met het mes tussen de tanden klaarstond. René Vandereycken had de schitterende zet in gedachten om na de opwarming de sproeiers aan te zetten, waardoor de Standard-spelers het even niet meer wisten. KRC Genk startte furieus, en had na 9 minuten de achterstand al weer weggewerkt. Dank u, Nenad Stojanovic en Kevin Vandenbergh! Die laatste had er echt zin in, en scoorde een kwartier voor tijd de 3-0. Eén van de mooiste wedstrijden van de laatste jaren zorgde voor een nooitgeziene explosie in de Genkse vakken.

Maar het was een publiek geheim dat voorzitter Jos Vaessen en trainer Vandereycken niet door dezelfde deur konden. Vanderecyken werd aan de kant gezet, en vervangen door de bij Anderlecht ontslagen Hugo Broos. Toegegeven, de man heeft een aardig palmares. Hij blijft er zelf bescheiden over, dus zullen wij eventjes benadrukken dat hij zowel als speler en als trainer mooie dingen heeft verwezenlijkt. Maar in het eerste seizoen had hij zijn ontslag bij Anderlecht nog niet verteerd, en kon zich niet volledig richten op KRC Genk. Het werd nog erger, toen KRC Genk in Europa uitgeschakeld werd door het nietige Litex Lovech, maar vooral toen STVV voor het eerst in de geschiedenis op eigen veld won van KRC Genk. Weliswaar “maar” voor de Beker van België, maar toch. In de competitie kon KRC Genk zich nooit mengen in de debatten, en we sloten af op een magere vijfde plaats.

Het tussenseizoen werd overschaduwd door misschien wel de zwartste periode uit de Genkse geschiedenis. Een zekere Steven Defour kon het niet verkroppen dat hij niet naar Ajax mocht, en zijn entourage spoorde hem aan om de befaamde wet van ’78 te gebruiken waardoor hij zijn contract bij KRC Genk kon ontbinden. Uiteindelijk stond KRC Genk met zijn rug tegen de muur, en verkocht hun raspaardje voor een symbolische één miljoen euro naar Standard. Een scenario dat Francis Ford Coppola himself niet beter kon verzinnen.

Misschien was dit wel hetgene dat KRC Genk voor het seizoen 2006-2007 nodig had. De pers keerde zich eveneens tegen KRC Genk, waarop de supporters massaal achter de ploeg gingen staan. Uit Kroatië werden Ivan Bosnjak en Goran Ljubojevic gehaald. KRC Genk was geprikkeld, en dat resulteerde in de éne overwinning na de andere. Lange tijd kon KRC Genk standhouden als leider in de competitie, maar op de voorlaatste speeldag werd de rol gelost. Anderlecht was weer maar eens de spelbreker, en ging met de hoofdprijs lopen.

Het seizoen 2007-2008 was er één om zeer snel te vergeten. Het begon al dramatisch, met de Europese uitschakeling tegen FK Sarajevo. De spelersgroep morde, en kon niet overweg met trainer Hugo Broos. Na de thuisnederlaag tegen STVV (wéér maar eens bedankt, en nog stééds geen hard feelings I hope?!) werd hij bedankt voor bewezen en niet-bewezen diensten, en nam Ronny Vangeneugden het roer over. Er volgde nog één uitschieter: 2-6 op het veld van Club Brugge! Desondanks werd het seizoen afgesloten op een magere tiende plaats.

Er viel niet snel beterschap te bespeuren in het Genkse voetballandschap. In het tussenseizoen werden onder meer Joao Carlos, Daniel Pudil en Daniel Tözser aangekocht, maar zij konden niet verhinderen dat KRC Genk op een povere achtste plaats eindigde. Te laag volgens de verwachtingen. Ronny Vangeneugden, de grondlegger van het succes van het Genkse beloftenelftal, kon het niet waarmaken als hoofdcoach en werd vroegtijdig aan de deur gezet. Clublegende Pierke Denier nam het roer voor de zoveelste maal over. Onder zijn impuls wist KRC Genk toch nog de Beker van België binnen te halen. Hij zette eerst Lierse opzij, waarna KV Mechelen in de finale terug naar de Kazerne werd gestuurd.

Het seizoen 2009-2010 gaat de geschiedenis in als het seizoen waarin de play-offs hun intrede maakten in het Belgische voetbal. Met Hein Vanhaezebrouck op het trainerszitje waren de ambities om in de reguliere competitie bij de eerste zes te eindigen, wat recht geeft op deelname aan play-off 1. De coming man in het Belgische trainersgilde kon zijn succesvolle systeem echter niet overbrengen op de Genkse spelersgroep. Hij werd vroegtijdig ontslagen en opgevolgd door Franky Vercauteren, die net een turbulente periode bij de Rode Duivels achter de rug had. Het bleek een meesterzet te zijn. De reguliere competitie bleef echter stroef te verlopen. KRC Genk eindigde op een beschamende elfde plaats. De mannen van Franky Vercauteren waren echter gebrand op een sterke prestatie in de play-offs. Hun groep, met onder meer Standard als tegenstander, werd gewonnen en in de finale van play-off 2 bleek KRC Genk over twee wedstrijden te sterk voor Westerlo. Hierdoor mocht het Genkse legioen zich opmaken voor de testmatchen voor de Europa League. Omdat STVV dat seizoen boven zich uitsteeg en op een fraaie vierde plek eindigde, stonden de aartsrivalen tegenover elkaar in een wedstrijd met een enorme inzet. In de heenwedstrijd in de omgedoopte Cristal Arena won KRC Genk met 2-1 van de buren. Een volgelopen Stayen zag drie dagen later een clash van jewelste. Sidibe bracht de thuisploeg al vroeg op voorsprong, even waanden zich de Kanaries al op het Europese voetbaltoneel. Maar door doelpunten van de onvermijdelijke Marvin Ogunjimi, clubheld Elyaniv Barda en boegbeeld Thomas Buffel zetten de Genkies de situatie weer recht. Een laat tegendoelpunt van Onana kon niet meer deren. KRC Genk behaalde, ondanks een elfde plaats in de competitie, Europees voetbal!

De zaden voor het boerenjaar 2010-2011 werden die avond op Stayen gelegd (wederom bedankt, vrienden!). Met eigen kweek zoals Thibaut Courtois, Jelle Vossen, Marvin Ogunjimi en supertalent Kevin De Bruyne walsten de Genkies doorheen de competitie. Met sprekend gemak werd play-off 1 bereikt, waar de jonge Genkse ploeg verder ging op hun allesverwoestende ronde over de Belgische voetbalvelden. Een sterk opkomend Standard leek echter vervuilende roet in het Genkse eten te komen strooien. Alsof het lot heimelijk het heft in handen had genomen, stond KRC Genk – Standard op de laatste speeldag geprogrammeerd. Beide ploegen hadden evenveel punten, maar KRC Genk had het voordeel van een hogere eindrangschikking in de reguliere competitie. Vlak voor rust bracht Mangala de bezoekers op voorsprong. Een kwartier voor tijd kopte de voor de rest een onopvallende Kennedy Nwanganga zich in de Genkse voetbalharten door de gelijkmaker op het bord te knikken. Met enkele wereldsaves in de uitdovende minuten bezorgde Thibaut Courtois zijn club KRC Genk een derde landstitel!

De club plaatste zich hiermee voor de voorrondes van de Champions League 2011-2012. Tegen Partizan Belgrado kwam KRC Genk nog met de schrik vrij. In de laatste voorronde troffen de jongens van Franky Vercauteren het Israëlische Maccabi Haifa. In de heenwedstrijd werd met 2-1 verloren, maar het gespreksonderwerp die avond werd het plotse vertrek van hoofdcoach Vercauteren. Op de luchthaven van Tel Aviv stapte hij een ander vliegtuig op en trok naar Al-Jazira. Pierke Denier ontpopte zich wederom tot reddende engel. Hij loodste de club in de terugwedstrijd, met ex-coach Vercauteren als supporter in de tribune, voorbij de Israëli\’s. KRC Genk mocht voor de tweede keer in haar korte geschiedenis deelnemen aan het kampioenenbal!

Uit Nederland werd Mario Been gehaald om Vercauteren te vervangen. De Nederlander bleef drie seizoenen bij de club, waarin matige prestaties in de competitie werden afgewisseld met opvallende resultaten in de Europa League. In de Champions League bleek KRC Genk echter niet opgewassen tegen de grootmachten in het Europese voetbal. Er werd kansloos en met ruime cijfers verloren op de velden van Chelsea en Valencia. In eigen huis bleef KRC echter ongeslagen. In de Europa League kon KRC Genk twee seizoenen op rij overwinteren, maar sneuvelde daarna telkens in de tweede ronde. In 2012-2013 was het Duitse VfB Stuttgart nog te sterk, het daaropvolgende seizoen struikelde KRC Genk over het Russische Anzhi Makhachkala.

In het seizoen 2012-2013 werd voor de vierde keer de Beker van België gewonnen. Hoofdcoach Mario Been leidde zijn club in het Koning Boudewijnstadion naar een 0-2 overwinning tegen Cercle Brugge. De zevende prijs werd op het palmares van de club toegevoegd!

Het seizoen 2013-2014 begon voor KRC Genk uitstekend. De resultaten in de Europa League waren uitstekend, ook in de competitie klom KRC Genk op tot een mooie tweede plaats. Na een thuisnederlaag tegen Anderlecht stuikte de ploeg echter volledig in elkaar. De supporters keerden zich tegen de club en viseerden daarbij vooral algemeen directeur Dirk Degraen en technisch directeur Gunter Jacob. Een zoveelste thuisnederlaag tegen degradatiekandidaat Beveren werd Mario Been te veel, hij werd meteen vervangen door Emilio Ferrera. Hij kon zijn ploeg maar ternauwernood naar play-off 1 loodsen, waarin KRC Genk niets meer dan een figurantenrol speelde.

Door de aanhoudende supportersprotesten werd de algemene leiding van de club ook grondig gewijzigd. Dirk Degraen verliet de club en werd als algemeen directeur vervangen door ex-politieker Patrick Janssens. Ook Gunter Jacob moest de club verlaten. In zijn plaats kwam Dimitri De Condé, die promoveerde vanuit de Genkse jeugdelftallen.

Het tussenseizoen verliep echter wederom erg turbulent. Jeugdproduct Jelle Vossen drong aan op een transfer en werd uiteindelijk uitgeleend aan het Engelse Middlesbrough. Ook sterkhouder Kalidou Koulibaly trok de deur van de Cristal Arena achter zich dicht, hij ging de verdediging van Napoli versterken. Na de eerste speeldag werd trainer Emilio Ferrera al meteen de laan uitgestuurd. Hij werd vervangen door de Schot Alex McLeish. De ex-trainer van onder andere Aston Villa kon KRC Genk echter niet naar play-off 1 loodsen, waardoor de samenwerking niet werd verlengd.

De uitgesproken kandidaat om het vacante trainerszitje in de Cristal Arena in te nemen was Peter Maes. De Noord-Limburger tekende voor aanvang van het seizoen 2015-2016 bij KRC Genk. Hij leidde KRC Genk dankzij een ijzersterke tweede ronde en onder impuls van revelaties als Wilfred Ndidi, Leon Bailey en Alejandro Pozuelo weer naar play-off 1. Hierin eindigde de club als vierde en plaatste zich zo voor de barrages tegen de winnaar van play-off 2, RSC Charleroi. De heenwedstrijd in het Zwarte Land werd nog kansloos verloren, de Carolo\’s wonnen met 2-0. In de terugwedstrijd gooide KRC Genk echter nog eens alle registers open. Onder impuls van een weergaloze Nikos Karelis won KRC Genk met 5-1 en maakte het zich wederom op om Europa in te trekken!

Het volgende jaar, inmiddels dan in de Luminus Arena, werd een hoogjaar voor onze fusieclub in de Europa League. Al leken we de Europa League bijna te missen. We kropen inmiddels door het oog van de naald tegen Budocnost Podgorica, waar we na een 2-0 nederlaag verleningen en strafschoppen afdwongen. Sandy Walsh loodste ons uiteindelijk naar de volgende ronde waar Cork City en ten slotte Lokomotiva Zagreb makkelijk verslagen werden. De poulefase was een feit. Hierin kregen we opnieuw enkele kleppers over de vloer zoals Atletico Bilbao, Rapid Wien en Sassuolo. Door fantastische prestaties van onder meer Leon Bailey en Wilfred Ndidi werden we eerste. Ook dit seizoen werden er weer enkele straffe transfer gerealiseerd. Omar Colley verving de naar Watford vertrokken Christian Kabasele en Ruslan Malinovskyi werd opnieuw een jaar gehuurd. Leon Bailey en Wilfred Ndidi vertrokken inmiddels naar Bayer Leverkusen en Leicester City. Als vervanger voor de Nigeriaan werd Sander Berge binnengehaald. Ook Siebe Schrijvers werd vervroegd teruggehaald na een succesvolle uitleenbeurt aan Waasland-Beveren.

In de knock-out fase botsen we op Astra Giurgiu. Na een 2-2-gelijkspel is het de fenomenale vrije trap van Pozuelo in de terugmatch die ons naar 1/16e finales van de Europa League brengt. In deze ronde troffen we zowaar landgenoot KAA Gent. De heenmatch, getekend op 9 mei 2017, werd een onvergetelijke avond: de Gentse Ghelamco Arena werd voor één keer de Genkse Ghelamco Arena. De Buffalo’s kregen voetballes en werden verslagen met 2-5. Doelpuntenmakers van dienst waren Ruslan Malinovskyi, Aly Mbwana Samatta (2x), Jere Uronen en Thomas Buffel. De terugmatch werd nog maar een formaliteit en eindigde op 1-1. Voor het eerst in de geschiedenis stond KRC Genk in de kwartfinale van de Europa League. Tegenstander van dienst was Celta De Vigo. In Spanje werd er met 3-2 verloren. In de felbevochten terugmatch werd het alles of niets. Na een achterstand kon Leandro Trossard nog gelijk maken maar een overwinning zat er niet meer in. Hierdoor eindigde het Europese avontuur. KRC Genk was dat seizoen de meeste club met wedstrijden in het seizoen, namelijk 65.

In het seizoen 2016/2017 was er ook weer een trainerswissel. Door de goede prestaties in de Europa League ging het minder in de eigen vaderlandse competitie . Eind december werd Peter Maes dan ook ontslagen. Zijn opvolger werd de oud-hulptrainer van Louis Van Gaal bij Manchester United, namelijk Albert Stuivenberg. Onder Stuivenberg vonden we onze goede vorm weer terug maar play off 1 werd op een haar gemist. Play off 2 werd vlot gewonnen, alsook de finale (3-0 tegen STVV). Een kwalificatie voor de volgende editie van de Europa League zat er niet in: in deze finale werd met 3-1 verloren op het veld van KV Oostende.

Het seizoen 2017-2018 startte met stevige ambities: de top 3. Er werd geopteerd om de volledige ploeg bij elkaar te houden en dat lukte. Pozuelo en Malinovskyi beslisten te blijven en met de komst van onder andere Joseph Aidoo, Manuel Benson, Joakim Maehle, Clinton Mata en Marcus Ingvartsen werd er een stevig statement gezet. Het seizoen verliep echter niet zoals gepland. Halfweg de competitie werd er gesukkeld rond de negende plek en Albert Stuivenberg kreeg de ploeg niet langer op de rails. Dit betekende dan ook het einde van de sympathieke Nederlander. Zijn opvolger was oud-speler Philippe Clement, die weggeplukt werd bij Waasland-Beveren. Clement wilde het vuur dat altijd aanwezig was in de Luminus Arena terugkrijgen en begon aan een uitdaging. Langzaamaan kreeg hij de Genkse trein terug op de rails: play off 1 en de bekerfinale werden gehaald. Het was Ibrahima Seck die Genk naar een vijfde bekerfinale kopte. Het was een bekerfinale, in koude omstandigheden, in mineur: Standard won met 1-0. Her seizoen werd afgesloten met een overwinning tegen Zulte Waregem, 2-0, goed voor de kwalificatie voor de Europa League.

Ook voor het seizoen 2018-2019 wilde het bestuur de hele spelersgroep bij elkaar houden, de ambitie was echter nog steeds groot. De enige sleutelspeler die vertrok was Omar Colley,. Zijn opvolger stond echter al klaar uit Colombia, namelijk Jhon Janer Lucumi. Er werd deze zomer weer stevig ingekocht: de optie van Ndongala werd gelicht en spelers als Jakub Piotrowski, Vladimir Screciu, Joseph Paintsil, en Zinho Gano vervoegden de rangen. Het seizoen startte al vroeg. Op 26-07 werd er gestart met een monsterscore in de voorronde tegen Fola Esch, 5-0. Daarna werden ook nog Lech Poznan en Brondby verslagen. De Europa League werd behaald. In de Groepsfase troffen we Besiktas, Malmö en Sarpsborg. In de competitie liep het op een wolkje. Op 8 oktober trokken we naar Gent en domineerden opnieuw in de Ghelamco Arena. Er werd met 1-5 gewonnen en we stonden voor het eerst op kop in de competitie, een plek die we niet meer zouden afgeven.

Voor de vierde keer op rij eindigden we op een eerste plaats in de Europa League. Het hoogtepunt was de 2-4-overwinning op het veld van Besiktas. In deze wedstrijd werd misschien wel het mooiste doelpunt ooit in de clubgeschiedenis gescoord door Aly Samatta. Het Europa League avontuur eindigde in de knock-out fase waar Slavia Praag te sterk bleek. Ook het bekeravontuur eindigde al vroeg, eind december, waarin er met strafschoppen verloren werd tegen tweedeklasser Union Saint Gilles.

Maar het competitieavontuur was o zo mooi dat seizoen. Onder impulsen van Leandro Trossard, Alejandro Pozuelo, Aly Samatta en Ruslan Malinovskyi reden we als een TGV doorheen de competitie. Pas in januari barstte de bom toen bleek dat kapitein Alejandro Pozuelo een financieel voorstel van Toronto belangrijker vond dan meestrijden voor de titel. Pozuelo, die twee weken daarvoor een lucratief aanbod weigerde uit het Midden Oosten en bleef voor de titel, bezweek dan toch voor de Canadese oliedollers en vertrok. Ook Edon Zhegrova vertrok op huurbasis naar FC Basel. Als vervanger werd de Japanse Junya Ito binnengehaald.

Philippe Clement moest na het vertrek van Pozuelo sleutelen aan de basiself en iets nieuws bedenken. Trossard werd kapitein, Malinovskyi schoof door naar de 10 en Bryan Heynen werd de infiltrant op het middenveld. Ook Ito veroverde al snel een basisplaats. In play off 1 vertrok de Genkse trein weer opnieuw: in de eerste vijf wedstrijden werd er enkel tegen Antwerp verloren. De sleutelmatch was de 3-1-overwinning tegen de nummer twee Club Brugge. Na een tactische meesterzet van Clement en een weergaloze prestatie van Malinovskyi werd Club van het kastje naar de muur gestuurd. Een week later was het opnieuw prijs: Standard werd vernederd in eigen huis en verloor met 1-3. Op 3 mei kwam Antwerp op bezoek. Een fantastische sfeer in de Luminus Arena zorgde ervoor dat Antwerp voetballes kreeg, 4-0 was het eindresultaat. Genk kon een week later kampioen spelen op het veld van Club Brugge.

Er waren nog 3 matchballen. De eerste werd met 3-2 verloren in het Jan Breydelstadion. De volgende kans was er op 16 mei, exact 20 jaar naar de eerste Genkse landstitel. Na 10 minuten bracht Bryan Heynen ons op voorsprong. Midden de tweede helft kon Anderlecht op gelijke hoogte komen. Bij een 1-1-gelijkspel moest er gekeken worden naar het eindresultaat tussen Standard en Club Brugge. Standard versloeg Club, Genk speelde gelijk en het was gebeurd: we waren voor de vierde keer landskampioen. We kregen misschien wel het mooiste voetbal ooit te zien in de Luminus Arena en waren de welverdiende kampioen. Nog nooit was er zoveel talent in een ploeg te zien met jongens als Malinovskyi, Samatta, Berge, Trossard en Maehle!

Het jaar er op werd er zowaar gestart met een nieuwe coach. Philippe Clement vertrok naar Club Brugge en Felice Mazzu nam over. Ruslan Malinovskyi vertrok naar Atalanta, Leandro Trossard naar Brighton & Hove Albion. Samatta en Berge beslisten nog te blijven voor de Champions League. Ook dit seizoen werd er stevig ingekocht met jongens als Theo Bongonda, Benjamin Nygren, Carlos Cuesta, Ianis Hagi, Paul Onuachu en Patrick Hrosovsky. De Champions League stond voor de deur, en dat voor de derde keer in de clubgeschiedenis. Het werd een mooie loting met Napoli, RedBull Salzburg en de Champions League winnaar Liverpool.

Het Champions League avontuur begon echter in mineur: de wereld leerde kennismaken met Erling Haland, toen nog spelend bij Salzburg, die ons een 6-2 nederlaag toediende. Thuis tegen Napoli werd er met een 0-0-gelijkspel het enige punt in de campagne binnengehaald. Een teleurstellende campagne met toch één bijzonder hoogtepunt: het kopbaldoelpunt van Aly ‘Samagoal’ Samatta op Anfield tegen Liverpool.

Ook in de Jupiler Pro League liep het niet zoals het moest. Felice Mazzu kreeg zijn stempel niet gedrukt en werd midden november ontslagen. Zijn opvolger werd de Duitser Hannes Wolf. Tijdens de winterperiode vertrokken ook Aly Samatta en Sander Berge, beiden naar de Premier League. Kristian Thorstvedt en Mats Moller Daehli werden aangekocht. De prestaties liepen op en af en er moest tot op de laatste speeldag gestreden worden voor een ticket van play off 1. Of we in dit seizoen play off 1 zouden speler, zal echter nooit geweten zijn. Omwille van het Coronavirus werd de competitie vroegtijdig stopgezet en werd er een streep getrokken onder het seizoen 2019-2020.

[/td_block_text_with_title][/vc_column][/vc_row][/tdc_zone]